De klant bepaalt wel wat kunst is
door Kees Keijer
‘Kunst en kapsones’, het onlangs verschenen boek over De Kunstfabriek, leest als een reclamefolder. Toch gaan de eigenaren de discussie niet uit de weg: laagdrempelig, voordelig, naamloos werk: is het kunst of niet?
Elke veilingmeester kent het vreemde fenomeen: een stilleven met dode vissen brengt lang niet zoveel op als een schilderij met bloemen. Vervelend voor kopers die iets vrolijks voor boven de bank willen aanschaffen, leuk voor connaisseurs die meer naar de kwaliteit van het geschilderde kijken dan naar het onderwerp.
De kunstfabriek op het terrein van de Westergasfabriek hangt vol met schilderijen waarvan de thema’s door de wetten van vraag en aanbod worden ingegeven. “Ik had onze onderwerpen van tevoren niet kunnen bedenken, we laten ons leiden door de markt”, zegt eigenaar Bert-Jan van Egteren. Het resultaat: uitvergrootte flessen Spa en Wc-eend, verknipte samples van oude meesters, stillevens met groente en fruit, bloeiende tulpenvelden en veel, heel veel koeien.
En dan die vissen. Bij de kunstfabriek hebben ze geen last van het liever-geen- dode-vissen-syndroom. Ook dat was een verrassing voor Van Egteren, voormalig specialist bij veilinghuis Christie’s: “We hebben eens een schilderij met goudvissen laten maken. Er was zoveel belangstelling voor dat ik gelijk tien nieuwe heb laten maken. Ook dode vis verkoopt hier uitstekend. Dat vind ik eigenlijk heel raar.”
Samen met Jan Peter van Doorn richtte Van Egteren vijf jaar geleden De Kunstfabriek op, een bedrijf dat laagdrempelige kunst voor schappelijke prijzen vanaf 230 euro – produceert. De onderwerpen voor de schilderijen worden door Nederlandse fotografen en ontwerpers bedacht. Academisch geschoolde kunstenaars in China schilderen hun prints na, op forse doeken en in een realistische stijl. Zowel de bedenkers als de uitvoerders werken anoniem. Elk schilderij is uniek en draagt slechts het logo van De Kunstfabriek.
Vijf jaar na de oprichting verschijnt Kunst en kapsones, een boek waarin de specifieke manier van werken van de Kunstfabriek door een aantal gastauteurs wordt belicht. Het is een verbazingwekkende bundel, vooral door de ronkende bewoordingen waarmee het concept van de Kunstfabriek door sommige auteurs worden beschreven. De kunstfabriek “ gaat verder dan Warhol ooit is gegaan,”schrijft een journalist. “Met een beetje goede wil kun je de Kunstfabriek-producten ook zien als vervolmaking van Marcel Duchamps ideeën- goed,” zegt een criticus. Grote woorden, die moeilijk te rijmen zijn met het oorspronkelijke uitgangspunt van de Kunstfabriek: het maken van kunst voor boven de bank, zonder pretentie en zonder mystificerende verkooppraatjes.
Is het boek een poging om de status van de Nederlands-Chinese schilderijen wat op te krikken? Hebben we hier te maken met een dik uitgevallen reclamefolder?
“Dat was in elk geval niet de bedoeling,”zegt van Egteren. “Het moest wel een beetje on the edge zijn, discussies uitlokken over wat we nu precies doen. In de reguliere kunsthandel verschijnen ook dikke biografieën die de status en dus de prijs van het werk van een kunstenaar verhogen, maar bij ons wordt zo’n boek meteen als een reclamefolder gezien. Het is nog steeds verkeerd om commercieel te zijn.”
De relatie tussen de De Kunstfabriek en de reguliere kunsthandel komt in Kunst en kapsones regelmatig ter sprake. Galeries voor hedendaagse kunst zien De Kunstfabriek bepaald niet als collega’s. Dat blijkt wederzijds te zijn.
“Wij hangen gewoon prijzen bij onze schilderijen en die liggen veel lager dan in de galeries. Ik ben onlangs weer naar de kunstbeurs van Basel geweest en als je ziet wat ze daar voor een kunstwerk durven te vragen! Ik denk dat veel mensen een werk van achttienduizend euro interessanter vinden dan een schilderij van negenhonderd euro. De drempel van een galerie is ook vaak veel te hoog. Je moet er vaak aanbellen en dan word je vervolgens de deur uitgekeken door een schichtige mevrouw in een zwart pakje. Veel worden afgeschrikt door die mysterieuze kunstwereld.”
Is dat niet een beetje cliché dat u graag in stand houdt?
“In een gewone galerie wordt een enorm verhaal om het werk gecreeerd. Dat is ook een cliché. Er ligt steevast een lijstje met een cv en tentoonstellingen. Ook toekomstige solotentoonstellingen worden natuurlijk vermeld, want deze kunstenaar gaat bekend worden. Zo ontstaat gemanipuleerde topkunst, met veel te hoge prijzen.”
U bedient liever mensen die zich niet in die scene begeven. Het zijn voor een groot deel goedopgeleide tweeverdieners. Jonge managers kopen veel bij de Kunstfabriek, valt in het boek te lezen.
“Onder anderen, ja. Tweederde van de Nederlanders interesseert zich niet voor kunst. Dat is een grappige constatering. Die groep wil ik bereiken. Er zijn ook mensen die hun huis hebben vol hangen met Armando en Manzoni en dan iets bij ons kopen. En als er gasten komen, gaat het gesprek meestal over dat schilderij van De Kunstfabriek. Of het kunst is of niet.”
Wat vindt u zelf?
“Wij hanteren de term kunst als algemene term, als brede kreet. Eigenlijk kun je nu nog niet bepalen of het kunst is wat we doen. Al hoop ik voor mijn klanten dat het over vijftig jaar in musea hangt.”
Zou het niet aardiger zijn voor die Chinese schilders als hun naam ook ergens vermeld wordt?
“We vermelden nooit een naam. En eigenlijk is dat ook helemaal niet nodig. We vinden allerlei beelden van de Romeinen ook mooi zonder dat er een naam aan vastzit. Zo zijn er ook prachtige zestiende-eeuwse schilderijen van onbekende meesters. Wat geeft dat nou? Het is toch gewoon mooi? Het zit blijkbaarbij veel mensen ingebakken dat ze altijd een naam willen verbinden aan een kunstwerk. Maar wij willen dat niet. Als je met namen komt, sla je de traditionele weg weer in. Dan denk je anders.”
Het Parool, 25 juli 2005, pp. 16-17
|