Betaalbare koeienkunst per meter

door Dorine Steenbergen

Joekels van schilderijen, zacht geprijsd. De Kunstfabriek, al zes jaar een begrip in Amsterdam, is neergestreken in de provincie. Nijmegen heeft daar de primeur met deze ‘kunst zonder kapsones’.

NIJMEGEN. Raar maar waar of juist zo logisch als wat: terwijl de levende koe in rap tempo verdwijnt uit de Nederlandse wei, valt de zogeheten ‘koeienkunst’ niet aan te slepen. Vraag maar aan Bert-Jan van Egteren, ooit advocaat, nu gewiekst kunsthandelaar. Altijd al een liefhebber van kunst en een broertje dood aan de gevestigde galerieën verzon hij zes jaar geleden met een vriend het concept van De Kunstfabriek.

Eerst laat hij allerlei realistische voorstellingen in elkaar zetten door een team kan Nederlandse stylisten, fotografen en computerdesigners. Vervolgens maken geschoolde kunstenaars in China daar olieverfschilderijen van. Vooral lekker groot – twee bij twee meter is geen uitzondering – en met een hoog koeiengehalte. Roodbont of zwartbont, voorzien van de gele Hollandse 'oorbellen' en desgewenst met veelkleurige uiers, valt deze koeienkunst per strekkende meter niet aan te slepen. “De wachtlijst met liefhebbers wordt steeds langer'', grijnst Bert-lan van Egteren (41). In het al vele jaren leegstaande pand van boekhandel Dekker Van de Vegt in Nijmegen is hij voor de duur van enkele weken een filiaal begonnen van zijn Amsterdamse succesvolle nering.

Met dank aan zijn zus Jolien Stadelmaier (39), Nijmeegse en kunsthistorica, die hier de komende tijd zo'n honderd olieverfschilderijen aan de man wil gaan brengen. Niet alleen van koeien, ook landschappen, stillevens, ‘oude meesters’, naakten, gebouwen en auto's zijn categorieën waaruit gekozen kan worden. Stuk voor stuk made in China en allemaal uniek: geen twee doeken zijn eender. En met prijzen van 350 tot 1100 euro bovendien sympathiek geprijsd, meent Van Egteren. Want kom daar eens om bij zulke joekels van schilderijen in de gevestigde kunsthandels.

Het laagdrempelig aanbieden van betaalbare kunst is niet nieuw. Ook winkelketens als Aldi, Albert Heijn, Blokker en het Kruitvat scoren met zeefdrukken, literatuur en klassieke cd’s. Een ontwikkeling die Van Egteren toejuicht. “Veel mensen hebben best belangstelling voor kunst maar vinden de drempel naar een galerie te hoog. Vooral in de Randstad heerst daar een doodse stilte, een juffrouw in het zwart achter een balie, prijslijsten ontbreken en je bent direct bang om domme vragen te stellen. Bij ons gaat het allemaal anders.”

En dat zie je direct. De schilderijen dragen no nonsense namen als Kudde koeien, Gans op lila, Roze tulpenveld en Naakt en stellen exact voor hoe ze heten. Signering ontbreekt want de kunstenaars in het Verre Oosten hebben geen kapsones, weet Van Egteren. In ruil daarvoor staat rechtsonder op de doeken het logootje van De Kunstfabriek. Het spreekt dat het succes van deze formule bestaat bij de gratie van de lage lonen in China. Van uitbuiting wil Van Egteren echter niet horen. ,,Zij verdienen aan ons een goede boterham”, is alles wat hij erover kwijt wil. En stellig: “lk word hier heus niet rijk van.”

Dat zou in de toekomst zo maar kunnen veranderen want 'Kunstfabriekjes' zijn hard op weg om cult te worden. De eerste verzamelaars zijn al gesignaleerd. Een naar verluidt ‘doodgewoon Rotterdams echtpaar’ bezit er inmiddels een stuk of twintig en is nog lang niet uitgekocht. Buiten dat is het wachten natuurlijk op de eerste grote kraak, want dan hoor je er in de kunstwereld pas echt bij. Het begin is er, gniffelt Van Egteren niet helemaal zonder trots. “In hotel The Grand in Amsterdam zijn onlangs doeken van de negentiende eeuwse meester Isaac Israels uit hun lijsten gesneden en meegenomen. Helaas voor de dieven zijn het kopieën. Afkomstig van de Kunstfabriek.”

De Kunstfabriek zit t/m 10 december op Plein '44 129 in Nijmegen.

Woensdag t/m zaterdag open vanaf 12 uur. Zie ook: www.dekunstfabriek.com

De Gelderlander, 12 november 2005.