GEEN LEGE PLEK BOVEN DE BANK
door
Jan Schoenmakers

Bert-Jan van Egteren staat met het penseel in de hand voor een fel-realistisch stilleven met fruit. Veel hoeft hij er niet aan te doen. Hij 'signeert' het doek met het logo van De Kunstfabriek, een gestileerd gebouwtje met een rookwolkje erboven. Dan is het schilderij klaar om afgeleverd te worden aan de opdrachtgever. Het is geschilderd in China door een professioneel kunstschilder, exact gekopieerd van een ontwerp dat vanuit Amsterdam is aangeleverd. De prijs voor het 60 bij 80 centimeter metende olieverfdoek is 650 euro.

Geen rookgordijn
Samen met zijn compagnon Jan Peter van Doorn startte Van Egteren ruim drie jaar geleden De Kunstfabriek. De eerste was reclamemaker, de ander advocaat en later medewerker van veilinghuis Christie's. In de kroeg boomden zij over het verschijnsel dat veel mensen hun ideeen en dromen in beeld willen omzetten, maar dit zelf niet kunnen. De contouren van De Kunstfabriek kregen langzaam vorm: er is een idee dat wordt omgezet in een beeld, met of zonder computermanipulatie en het resulterende ontwerp wordt op doek geschilderd.
Van Doorn en Van Egteren gingen op zoek naar schilders die de ontwerpen exact zouden kunnen kopieren. Dat bleek niet eenvoudig. Nederlandse academiestudenten haalden hun neus op voor dergelijk werk of ze konden het gewoon niet. In Nederland leer je op de kunstacademie wel hoe je je artistiek moet uiten, maar niet om die uiting technisch goed te realiseren. In China vonden zij de ideale schilders: geschoold in de realistische traditie die rechtstreeks was ontleend aan zeventig jaar strenge discipline in de Sovjetkunst. En betaalbaar. In april 1999 hadden Van Doorn en Van Egteren voldoende schilderijen verzameld om de eerste verkoopexpositie te houden, in hun toenmalige pand aan de Czaar Peterstraat in Amsterdam. De helft van de tachtig werken werd meteen verkocht. Sindsdien heeft De Kunstfabriek 1900 schilderijen verkocht en is het break-even punt bereikt. Ondanks de aanvankelijk hoge investeringen in schilderijen die in eigen beheer werden gemaakt, plus de nodige kosten van publiciteit en de vaste kosten, hebben Van Doorn en Van Egteren geen externe financiering nodig gehad. Na een gevecht met de fiscus over de BTW kreeg het bedrijf gedaan dat niet 19 maar 6 procent werd geheven, waarmee De Kunstfabriek erkend wordt als een "kunstenaar".
Naar eigen zeggen kreeg De Kunstfabriek veel positieve publiciteit omdat er geen rookgordijn werd opgetrokken over de manier waarop de schilderijen tot stand kwamen. De kunstondernemers voelden zich trouwens in goed gezelschap. Immers, in de zeventiende eeuwse Hollandse schildersateliers gebeurde toch niets anders? Een meester ontwierp de compositie en bepaalde wat de leerlingen moesten schilderen. Natuurlijk zette de meester er vervolgens zijn eigen naam onder.
De meeste schilderijen komen tot stand doordat klanten hun idee vorm laten geven door een ontwerper van De Kunstfabriek, die het vervolgens in olieverf laat vereeuwigen. Maar klanten kunnen ook bestaande werken uitzoeken, die te zien zijn op de website www.dekunstfabriek.com. Het bedrijf werkt met verschillende kunstenaars en bedrijven samen. Zo zijn foto's van de landschapsfotograaf Martin Kers en van de vorig jaar overleden glamourfotograaf Paul Huf nageschilderd. Ook loopt op dit moment een project met het Amsterdams Historisch Museum met het schilderen van antieke zilveren serviezen en bestekken die in het museum zijn tentoongesteld. Van Doorn en Van Egteren zijn voortdurend bezig met het bedenken van thema's waar het publiek warm voor zou kunnen lopen. Alles is mogelijk. Nieuw in het aanbod is de mogelijkheid om meer dan levensgrote portretten te laten schilderen, van jezelf, je kinderen of je geliefde. Ook wordt gedacht aan een 'religielijn' met Madonna's en bijbelse taferelen onder het motto the sky is the limit.
Inmiddels beschikt De Kunstfabriek over ruim zeventig schilders die in grote Chinese steden als Bejing, Hongkong en Guangzhou in hun ateliers zwartbonte koeien - die ze nooit in het echt hebben gezien - van foto's naschilderen. Zij doen dat zeker niet in armoedige omstandigheden, zo zeggen de Nederlandse opdrachtgevers. In China zijn de Hollandse honoraria riant. De totale capaciteit van deze schilders ligt nu op circa tachtig schilderijen per maand. Dit zou gemakkelijk kunnen worden uitgebreid naar twee- tot driehonderd werken, want goede schilders zijn er in China genoeg. In Beijing alleen wonen 150 duizend kunstschilders. In het begin reisden de opdrachtgevers vier, vijf keer per jaar naar China, maar inmiddels zijn de contacten zo goed geolied dat één bezoek per jaar volstaat. Aan de schilderijen die in de expositieruimte aan de Haarlemmerweg in Amsterdam hangen, zijn duidelijke stijl- en kwaliteitsverschillen te zien. Sommige doeken zijn veel levendiger dan andere. Maar alle schilderijen voldoen aan de norm dat het vakkundige, realistische weergaves zijn van het ontwerp dat is aangeleverd.

Nieuw concept
Bert-Jan van Egteren en Jan Peter van Doorn houden niet op bij Nederland. Zij hebben gemerkt dat hun concept ook in andere landen nieuw is. In de Verenigde Staten en in Duitsland zien zij vooralsnog de beste kansen om het concept van De Kunstfabriek te lanceren.
Moet je De Kunstfabriek nu zien als een uitkomst voor een breed publiek dat voor een betaalbare prijs vakkundig gemaakte schilderijen boven de bank wil hangen? Of als een belediging van alles waar de Schilderkunst met een hoofdletter S voor staat? Van Doorn en Van Egteren doen geen moeite om deze vraag te beantwoorden. De homepage van hun website zegt genoeg: "Ach kijk, de lege plek boven de bank. Die hangt daar al jaren". Je wilt gewoon een leuk schilderij aan de muur en geen gedoe.

Elan, maart 2003