Thuis bij de baas van De Kunstfabriek
door
Amber van Rijn

Lagelonenpolitiek is ook tot de Nederlandse kunstwereld doorgedrongen. Onder de vlag van de Kunstfabriek schilderen Chinezen en Roemenen Hollandse koeien en bloemenweiden. Betekent het succes van de Kunstfabriek een terugkeer naar het ambacht, of wordt de schilderkunst definitief voor schut gezet met de nieuwe terreinwinst van het logo?

Klassiek meubilair mixt moeiteloos met design, en kunst met kitsch. In het huis van Bert-Jan van Egteren, medeoprichter en directeur van de Kunstfabriek, kom je ogen tekort.

Vondelparkbuurt, Amsterdam-Zuid. Het eerste wat opvalt als je de woning van Bert-Jan van Egteren (37) binnenstapt, is de grijsblauwe zweem een bijna serene sfeer ontstaat. Volgens Bert-Jan komt dat door de grijsgelakte muren. "Een ingetogen kleur, die ik zelf heb gemengd: muisgrijs met een beetje rood en blauw erdoor. Als je veel kunst in huis hebt, moet je ergens rust creëren, anders wordt het één bonte brij. Bovendien werk ik veel thuis en gedij ik het best in een rustige omgeving. Zelf ben ik nogal een druk baasje." Bert-Jan runt niet alleen de Kunstfabriek, hij is ook druk met allerlei kunstcommissariaten en -stichtingen, zoals de stichting Cultuurinventarisatie die onbekende Nederlandse kunst in het buitenland opspoort en conserveert. Ook zijn eigen woning herbergt een bonte verzameling van kunst; zowel uit de Kunstfabriek als van 'conventionele' kunstenaars. Bert-Jan doet er niet ingewikkeld over. "Kunst is vaak niet meer dan een versiering van je huis. Het maakt je woning mooier, heel simpel. Schilderijen zijn sfeerbepalers. Én ze zeggen iets over jezelf." Alleen daarom al is het interessant te zien wat Bert-Jan heeft verzameld: afbeeldingen van dode en levende dieren, schedeltjes en skeletten, een enorm kostuum van een Chinese avant-gardekunstenaar, een kastje in de vorm van een paleis, Venetiaanse maskers. "Ik verzamel graag maffe voorwerpen. Die dode beesten intrigreren mij bijvoorbeeld. Misschien is het wel een fascinatie voor het leven en de dood, de vergankelijkheid van alles. Wie zal het zeggen? Het is vaak moeilijk uit leggen waarom je iets mooi vindt. Ik hou in ieder geval van niet-alledaagse dingen. En van mooie vormen, ik ben nogal een estheticus. Neem nou die werkjes van Paul van Dongen, prachtig toch? Een heel moeilijke techniek maar zo subtiel gedaan. Ik ben altijd op zoek naar kwaliteit, naar ambacht. Daarom vind ik de schilderijen van de Kunstfabriek ook zo leuk; ze zijn zo kunstig gemaakt".

De olieverfschilderijen van het succesvolle bedrijf worden gemaakt door professionele kunstschilders in Hong Kong, Peking, Guangzhou. Voor het ontwerp zorgt de Kunstfabriek zelf. Door arbeidskracht in Azië in te huren, kunnen de prijzen laag gehouden worden. " De zestig tot tachtig schilders die voor ons werken, verdienen naar Chinese maatstaven een behoorlijke boterham. En ze staan voor ons in de rij, dus we kunnen de beste kiezen." Op het idee kwam Bert-Jan tijdens een reis door Azië, nadat hij zijn baan als jurist bij Endemol had opgegeven. Met medeoprichter en -eigenaar Jan-Peter van Doorn werkte hij het plan uit. Het concept is even simpel als doordacht. "Wij bedenken een thema, zeg koeien of naakten en daarmee gaat een team van vormgevers, stylisten, fotografen en computerdesigners aan de slag. Dat levert verschillende ontwerpen op, waar we een selectie uit maken. Hoe? Dat is een gevoelskwestie. Ik heb ruim vier jaar bij veilinghuis Christie's gewerkt als specialist moderne kunst en weet wat mensen mooi vinden. Rood en blauw zijn bijvoorbeeld commerciële kleuren. Daar houden we rekening mee. We maken aantrekkelijke, makkelijk toegankelijke schilderijen, niet te abstract, niet te moeilijk.."

Dat mensen het werk van de Kunstfabriek mooi vinden, blijkt uit de verkoopcijfers. Sinds de opening in 1999 heeft het bedrijf ruim 1500 doeken verkocht. De doelgroep is breed: van mensen die weinig met 'echte Kunst' op hebben maar wel iets unieks aan de muur willen, tot kunstliefhebbers die iets aardigs zoeken voor hun tweede huis.. Of het ook kúnst is, laat Bert-Jan graag aan de kopers over. "Waarom zou iets geen kunst zijn als het in opdracht wordt geschilderd? Vroeger schilderden kunstenaars bijna altijd in opdracht. Schilderen op eigen initiatief is pas iets van na de negentiende eeuw. Wij werken weer op de oude manier: met professionele kunstschilders, die hun vak tot in de puntjes beheersen. Daar komen prachtige dingen uit."

Tekst bij de foto's:

[fotobijschriften pagina 32:] Hiernaast: Bert-Jan van Egteren met een van 'zijn' creaties: een geschilderd negatief van een groep mannen van bovenaf gezien (zonder titel). "Een grappig werk, bijna abstract. We proberen altijd iets creatiefs in de ontwerpen te brengen. Klakkeloos kopiëren vinden we niet leuk."

Onder: Regelmatig 'ververst' Bert-Jan de collectie schilderijen uit de Kunstfabriek die hij zelf in huis heeft. Hier is hij te zien terwijl hij de doekne selecteert die de komende tijd een prominente rol in zijn interieur.

Rechterpagina: In de woonkamer combineert Bert-Jan schilderijen uit de Kunstfabriek met een empirestoel en een vaasbeeld 'Setter' van Guido Geelen. Het Volkswagendoek á la Warhol komt uit de Kunstfabriek. "Het herinnert me aan de ritjes in de 'kattenbak' van mijn moeders Kever. Prachtig vonden mijn zusje en ik dat." Het doek rechts, ' Vormen in het zand' is gemaakt naar een foto van Paul Huf. Voor reproducties heeft de Kunstfabriek een dochteronderneming: Portretenzo.

[fotobijschrift pagina 34:] De keuken is een ontwerp van Aletta van Manen van Keek Architecten. "Het was een afgesloten rotkeukentje. De muur is doorgebroken, en met Aletta heb ik net zo lang gepast en gemeten tot alles erin kon, van vaatwasmachine tot vriezer. Het vrouwenhoofd op het granito aanrechtblad is van Bert-Jan zelf, die ook beeldhouwt en schildert .

In de woonkamer bevestigd 'Giraf en Springbok' van Erik Andriesse Bert-Jan's voorliefde voor afbeeldingen van dieren. De aquarel 'Vleugel' op de schouw is een cadeau van schilder Mark Mulders. Erboven hangt een Venetiaans masker. een kopie van een Etruskisch beeldje, rechts grafurnen uit Egypte. Het houten blok voor de haard komt uit Japan (via Binnenhuis, Amsterdam), de empirestoel komt van een veiling.

'Twee gezichten' van de Kunstfabriek is van Anouk van Tetering, student aan de Rietveld Academie. Ook uit de Fornasetti-commode blijkt Bert-Jan's voorkeur voor bijzondere objecten. Het beeld is van Arthur Sproncken, de aquarellen van Paul van Dongen. De tafel komt van Pilat & Pilat, de stoelen van Poltrona Frau en de lamp uit interieurwinkel Edha in Amsterdam.

[fotobijschrift pagina 36:] Boven de Chinese bruidskast in de slaapkamer hangt werk van Erik Andriesse 'Zonnebloemen'. Op de schouw een achtiende-eeuwse pendule en twee 'ergonomische' gewichtjes van Philip Starck.

In de werkkamer herinnert een gigantisch polyvinylkostuum aan de Peking Opera met 'Chinese Dream' van Wan Jing. "24 vrouwen hebben hier drie maanden aan gewerkt," vertelt Bert-Jan. "Het gewaad symboliseert het nieuwe China dat onderhuids nog steeds het land van vóór de Culturele Revolutie is." De negentiende-eeuwse schoenmakerskast uit Engeland schilderde Bert-Jan zelf in de oorspronkelijke tint, het messingbeslag liet hij vernikkelen. Het paardenhoofd op de is een kopie van een marmeren beeld uit het Griekse Parthenon. Ernaast hangt een werk van Klaas Gubbels.

[fotobijschrift pagina 39] 'Spook uit het verleden', naar een werk van Thomas Gainsborough, siert de badkamer. "Een van onze eerste producten. Zo goed dat ik het niet wilde verkopen." De marmeren wastafel met porseleinen kom is een ontwerp van architect Servaes van Asseldonk, kraan 'Tara' is van Dornbach

Eigen Huis & Interieur, januari 2002